Mount Goya Goma ritueel

reisblog over Mount Koya

reisblog Mount Koya Goma Vuurritueel

De wekker maakt me niet wakker. De rennende monniken over de planken deden hun werk al voor die tijd. Zes uur presentie betekent bij mij een kwartier eerder opstaan indien er geen douche voor handen is. En laat dat nu het geval zijn. Om zes uur stipt sta ik voor de deur van de ceremoniezaal van de  Myokoin Tempel op Mount Koya voor het dagelijkse vuurritueel. De monniken van de tempel die deze ceremonie begeleiden, doen dit om vrede en geluk te bewerkstelligen voor alle individuen in de wereld. Door het offeren van vuur wordt er een boodschap gezonden naar de goden. Eens kijken hoe dat in de praktijk dan werkt.

Het vuurritueel heeft trouwens ook plaats voor individuele boodschappen. Op een plankje kan je je wens opschrijven en voor Y 500 wordt deze aan het vuur geofferd. Het vuur wordt dus gebruikt als boodschapper tussen ons mensen en de goden.  Het plankje brandt in mijn gesloten vuist.

Sutraboeken
Samen met de andere tempelgangers uit alle uithoeken van de wereld mag ik op lage krukjes plaatsnemen achterin de tempel of in meditatiehouding vlak voor de monniken. De schaars verlichte hal is verdeeld in twee open ruimtes die enkel met een klein niveauverschil in de vloer van elkaar gescheiden zijn. Beide ruimtes zijn even prachtig aangekleed. Aan de wanden rekken vol sutraboeken zoals je dat ook in andere Mahayana en Vajrayana boeddhistische tempels ziet. Het doet me sterk denken aan een Tibetaanse tempelinrichting maar dan alleen met sobere aardkleuren en goud in plaats van het knallende rood en geel.

Okergeel

Aan de achterzijde verscholen achter kleden en bloemen staan bronzen boeddhabeelden van een kleine meter hoog opgesteld, geflankeerd door kleinere beelden van hun volgers. Offerschaaltjes met rijst, sake en mandarijntjes staan voor elk beeld en overal staan brandende kaarsen op goudkleurige hoge standaarden.  
In de linkerruimte zit een monnik met de rug naar ons toe en met zijn gezicht naar de boeddhabeelden voor een open vuurplaats. Zodra we binnen zijn gaat hij aan de gang met het aanmaken van het vuur onderwijl druk zwaaiende met een vajra ( dubbele thunderbold).
In de rechterruimte zit in het midden de voorganger in kleermakerszit. Eveneens met de rug naar ons toe. Om hem heen, in een strak vierkant met een opening naar de boeddha, zit een tiental monniken met okerkleurige pijen en een wit ondergewaad aan dat net iets langer is dan de overpij en er galant onderuit piept. Iedereen is met zorg gekleed. 
En dan stijgt er een monotoon gebrom ergens uit die okergele pijen op. Het chanteren uit de Hart Sutra vanuit het Klassiek Chinees begint.

Jeuk
Monotone sonore donkere klanken met hier en door een noot naar boven of na beneden vullen de donkere ruimte. Een vrouw als volger doet mee en haar hoge stem maakt het helemaal prachtig. Het werkt sterk meditatief. Of slaapverwekkend, het ligt er maar aan hoe je het bekijkt. Af en toe klinken de grote bekken die tegen elkaar worden gewreven door een jonge monnik of slaat zijn buurman met een stuk hout tegen een immens grote koperen klankschaal aan. Het geeft een zware klank die jeukt aan je trommelvliezen.  

Vuur
Ondertussen likken de vlammen van het vuur in de linkerruimte naar boven en knettert het hout. Het vuur gaat van hoog naar laag, van groot naar klein en in de donkere ruimte trekken de mooie, warme maar tevens ook gevaarlijke vlammen de aandacht met hun steeds weer veranderende vormen. Dat vuur is trouwens ook vanuit praktisch oogpunt welkom. Het is hier namelijk berekoud. Het klooster bestaat voornamelijk uit hout , papier en hier en daar wat leem en dat maakt het voor de kou makkelijk ook deel te nemen aan de ceremonie. Het vuur, realiseer ik me daarom nu pas echt diep van binnen, is een van de belangrijkste bronnen van menselijke evolutie. Zonder vuur geen warmte. Vuur is een van de elementen waar we ons bestaan in onze huidige staat aan te danken hebben.   De monniken chanteren en ik richt me op mijn ademhaling en probeer alle gedachten te laten zijn voor wat ze zijn en er niet in mee te gaan. Dat lukt steeds enkele seconden en dan vooral heel lang niet. Ik kijk teveel rond wat er allemaal te zien is en te leren.

Glimmend
Nadat ik denk dat ik alles wel gezien heb in de ruimte, valt me pas na een kwartier op dat er in de linkerruimte bij de vuurmonnik nog een monnik zit! Gewoon nog geen meter bij me vandaan zit hij doodstil in meditatiehouding. Af en toe beweegt zijn kale glimmende hoofd iets naar links.Totaal over het glimmende hoofd gezien. En dat terwijl ik dacht dat ik elke millimeter van het vertrek al wel gescand had. Not.

Rotsspleetje
En dan valt er een zwaar gevoel van me af. Ik realiseer me weer dat ik door een smal rotsspleetje naar de wereld kijk. Dat er achter dat spleetje een onmetelijke grote grenzeloze ruimte is maar dat deze voor mij grotendeels onzichtbaar is. Door te gaan bewegen en anders te kijken zal ik steeds meer van die ruimte gaan ontdekken.  Door me te realiseren dat die er is, wordt mijn blik relatief. Er is meer dan ik nu zie. Is me dat even lekker. Mijn schouders zakken en ik moet hardop lachen onderdrukken. Hahaha. 


Christel, Mount Koya 2015.