Landeninformatie Kirgizstan | Dimsum Reizen

Landeninformatie over reizen naar en door Kirgizstan

Kirgizie, het Zwitserland van Centraal-Azie

Landeninformatie Kirgizstan

Kirgizstan (198.500 km2, vijf keer Nederland, zeven keer België) is bijna geheel bedekt met bergen, waarvan velen boven de 3000 meter. De hoogste berg is Piek Pobeda met een hoogte van 7439 meter. De grootste gletsjer is de 62 kilometer lange Inylchek. De meeste bergen behoren tot de Tien Shan (de 'Hemelse Bergen') of uitlopers daarvan. Naast de Centrale Tien Shan zijn de belangrijkste ketens; de Kyrgyz Alatau en de Kungei (zonnige) Alatau in het noorden van het land, de Tersky (schaduwrijke) Alatau en de Kakhshaal Tau in het oosten van het land en de Ferganaketen als samensmelting van de Tian Shan en de Pamir. In het zuiden van Kirgizstan ligt een keten van de Pamir, de Alai, die zich in zijn totaliteit uitstrekt over 800 kilometer en begint bij de Fanbergen en doorloopt tot aan de Ferganaketen. Overal liggen prachtige bergmeren en klateren stroompjes hun weg naar beneden.

Een groot deel van de bergen in Kirgizstan is bedekt met bossen en alpenweiden. In de valleien in het zuiden groeien walnoten-, pistache-, amandel- en aalbesbomen. Rond het Issyk Kul-meer zijn de bergen bedekt met naaldwouden. Valleien door het hele land zijn in het voorjaar begroeid met klaprozen, hetgeen een prachtig gezicht vormt met de overal aanwezige witte bergen op de achtergrond. In de bossen leven beren, wilde zwijnen, vossen, wolven, dassen en lynxen en in de meren en rivieren zwemmen forellen en karpers. De meren vormen ook een tussenstop voor vele trekvogels op hun tochten tussen Siberië en het warme zuiden. De hogere berghellingen, waar ook edelweiss groeit, zijn het domein van wilde en gedomesticeerde yaks, terwijl ook steenbokken, bergmarmotten en de zeldzame Marco Polo-schapen zich hier goed thuisvoelen. Hoog in de Tien Shan leven nog ongeveer 450 sneeuwluipaarden, 60 procent van de totale wereldpopulatie. Door jacht is deze unieke diersoort bijna uitgestorven. Gelukkig is het jagen op sneeuwluipaarden inmiddels officieel verboden, maar desondanks worden ze nog steeds gevangen voor hun pelzen. Ook het Marco Polo-schaap is een geliefde prooi voor jagers. Niet alleen door jacht verdwijnen veel diersoorten, een ander belangrijk probleem is geldgebrek. Er is bijna geen geld om diersoorten te beschermen en nationale parken te onderhouden. De enorme toename van de veestapel in de sovjetperiode heeft ertoe geleid dat veel graslanden overbegraasd zijn, met alle gevolgen voor de veestapel en erosie vandien. Een ander milieubedreigend effect stammend uit de sovjetperiode komt van de vele chemicaliën die in de voedselketen terechtkomen, onder meer door lekkende uraniummijnen.  

Volgens de overlevering stammen de Kirgiezen af van veertig dochters van een khan en een rode hond. Dit zou hun naam verklaren, Kirk-kiz betekent veertig meisjes. In feite waren de voorouders van de Kirgiezen Turkse nomadenstammen afkomstig uit het Altaigebied. Vanaf de 10e eeuw trokken ze uit dat gebied weg om zich te vestigen in de Tian Shan. Cultureel zijn de Kirgiezen sterk met de Kazachen verbonden, eigenlijk zijn het nazaten van een en hetzelfde volk. De Kazachen, die verwarrend genoeg vroeger Kirgiezen genoemd werden, waren steppebewoners en de Kirgiezen, vroeger Kara-Kirgiezen, bergbewoners. De laatsten zijn in de vorige eeuw door de opkomende Russen steeds verder de bergen ingedreven. De Kirgiezen hebben hun pre-islamitische, sjamanistische invloeden behouden. De wijsheden van de kara-kalk (de herders, jagers en boeren) spelen een belangrijke rol in het denken van de Kirgiezen. En dit is met het ontwakend nationale bewustzijn alleen maar sterker geworden. Ook de ouderencultus, de manap, wordt nog steeds in stand gehouden. Deze manaps staan aan het hoofd van een van de clans, waaruit het Kirgieze volk nog altijd is opgebouwd.

Officieel zijn de meeste Kirgiezen islamitisch, maar echte fanatieke moslims zijn ze niet. Terwijl Buchara in de 10e eeuw al een van de belangrijkste centra in de islamitische wereld was, werden de Kirgiezen pas vanaf de 16e eeuw vanuit Kokand tot deze godsdienst bekeerd. Het islamitisch-fundamentalisme heeft dan ook weinig aanhangers in Kirgizstan, hoewel het de laatste jaren wel toeneemt, met name in het zuiden.

Kirgiezen worden begraven in begraafplaatsen langs de kant van de weg, een reflectie van zowel pre-islamitische als islamitische gebruiken. Het is gebruikelijk in de islam om mensen te begraven, maar om dit langs de kant van de weg te doen stamt uit het nomadische verleden van de Kirgiezen. Zo heeft iemand eindelijk rust en kan het leven aan zich voorbij zien trekken in plaats van zelf voortdurend onderweg te zijn. Sommige graven zijn complete bouwwerken in de vorm van traditionele mausolea of yurten.

Een kleine meerderheid (57 procent) van de 4,7 miljoen inwoners van Kirgizstan is Kirgies. De Russen vormen de grootste minderheidsgroepering (21 procent), maar ook hier is hun aantal afgenomen als gevolg van emigratie. Vooral de hoger opgeleiden zijn weggetrokken. De laatste jaren is de migratie een halt toegeroepen, mede door de invoering van het Russisch als officiële ambtstaal en de ook niet al te rooskleurige situatie in Rusland zelf. Andere minderheidsgroeperingen zijn de Oezbeken (vooral in en rond Osh), Duitsers, Koreanen, Oekraïners, Tataren en Dunganen. Er wonen ook Kirgiezen in Xinjiang (150.000) en Afghanistan. De Kirgiezen spreken Kirgies, een aan het Oezbeeks verwante Turkse taal. Het Russisch blijft echter nog steeds een belangrijke taal in dit land waar slechts iets meer dan de helft van de bevolking Kirgies spreekt. Zelfs vele Kirgiezen spreken onderling Russisch, vooral in de grote steden. Daarnaast zijn de Kirgiezen veel minder fanatiek met het omschakelen van het Russisch naar de eigen taal dan bijvoorbeeld de Oezbeken. Op school leren de kinderen inmiddels niet alleen Kirgies, Russisch en Engels, maar kunnen ze ook kiezen uit talen als Arabisch en Japans.