Reisverslag van bootexpeditie van West Papua naar Molukken

reisverslag door Asmat regio, West Papua, Aru, Kei eilanden, Banda eilanden, Nusa Laut, Saparua en Ambon in de Molukken met de Matahariku

In de voetsporen van Wallace en de VOC door West Papua en de Molukken

Deel 1 West Papua en Aru (november 2013)

Voorbereiding Bali

Gistermiddag na lange vlucht via Abu Dhabi en Jakarta aangekomen op Bali. Vandaag even een dag voor de laatste voorbereidingen en dan vannacht naar Timika vliegen op West -Papua, waar we morgenvroeg dan aan boord gaan van de Matahariku, voor onze bootexpeditie van West Papau naar de Molukken. Eindelijk na ruim een jaar voorbereiden! Vanochtend nog met Klaas, de eigenaar van de boot, de puntjes op de i gezet. Hij komt net terug van een tocht langs de Kei eilanden, Aru en Agats, dus gelukkig nog veel nuttige tips waar wij van kunnen profiteren.
Nu ff een middagje luieren op het strand! Daar op het Balinese strand sta ik te kijken naar wat feitelijk de Wallace lijn is, de scheiding tussen de Maleise flora en fauna en de Melanesische. De scheiding hier ligt precies tussen Bali en Lombok, waar een diepe zeegeul ligt.

aankomst Timika

Na een nachtvlucht van drieenhalf uur vanuit Denpasar aangekomen in Timika. Verrassend groot en vol toestel van Garuda. Nu liggen we op een brede rivier in de jungle te wachten. Bij te komen op de Matahariku, een traditionele houten pinisi (Indonesisch zeilschip). Nog wachten op enkele groepsleden die wat later aankomen en dan gaan de trossen los. Het avontuur begint!
Rond het middaguur in de haven van Timika is het dan zover. De trossen gaan los en de Matahariku gaat varen. We kiezen voor de open zee, want te dicht langs de kust varen lukt niet, het water is te ondiep. Iedereen maakt een beetje kennis met elkaar, een leuke ervaren groep reizigers bijelkaar. We worden voorgesteld door Eric, onze begeleider aan boord, aan de crew. Een leuke 12-koppige bemanning, afkomstig uit verschillende delen van Indonesie, m.n. Flores em Sulawesi. Vervolgens wordt er flink uitgerust, vermoeiende vliegreizen, weinig nachtrust en een jetlag. Gelukkig is de boot een ideale plek om even bij te komen. Onderweg zien we enkele fregatvogels
Eind van de dag een adembenemend mooie zonsondergang over de Aru zee, een panorama van blauwe, oranje en rode tinten kleurt de horizon, terwijl aan de andere kant de volle maan het water doet oplichten.
's Avonds een lekkere maaltijd en dan gaat iedereen op tijd naar bed, voor het eerst slapen in de kajuit. De zee is rustig en ik slaap prima! 

Agats

Als ik 's ochtends wakker wordt zijn we aangemeerd voor Agats, de hoofdstad van de Asmat regio. Een verzameling eenvoudige houten huizen op stelten gebouwd. Bootjes in alle soorten en maten varen af en aan. Wegen en auto's zijn hier niet, alles gaat over het water. We ontbijten in het ochtendzonnetje en wachten vervolgens tot we toestemming hebben om aan land te gaan. Bij de havenkapitein wordt een surat jalan geregeld, zeg maar een soort permit om door deze regio te reizen. En vervolgens hebben we dus 'permisie', we mogen op pad.
We huren enkele speedbootjes en varen een brede riviergeul in richting Ewer. Dit eenvoudige Asmat dorp beschikt over een heus vliegveld, maar dan wel een uit de Tweede Wereldoorlog, die echter nog steeds gebruikt wordt. Meer dan een lange grasstrook is het niet en verwacht al helemaal geen aankomst en vertrekhal. Een keer per week komt een propellervliegtuigje uit Timika de landing wagen. Er zijn plannen het vliegveld te moderniseren en de bewoners van Ewer worden dan ook allemaal verplaatst naar nieuw gebouwde huisjes ern eindje verderop.
We lopen over een soort straat van planken door het dorpje, dat bestaat uit een hondertal eenvoudige houten huisjes. Er is nog een traditioneel longhouse en een begraafplaats met prachtige beelden van houtsnijwerk, dat waar de Asmat zo bekend om staan. We kijken net zoveel naar de schuchtere inwoners als zijn naar ons, veel buitenlanders komen hier duidelijk niet.
We stappen weer op de bootjes en varen verder over die rivier die steeds nauwer wordt, totdat het een kleine vaargeul door de jungle is geworden. Uiteindelijk komen we weer op een grote watervlakte en varen naar een ander dorpje. Ook hier zijn we een grote attractie en bijna het hele dorp loopt achter ons aan. Onderweg staat een man prachtig houtsnijwerk te maken, ik zie mooi bewerkte prauwen liggen en een vrouw met een indrukwekkende hoofdtooi gemaakt van de vacht van een couscous.
Ik bezoek het schooltje en keer terug naar de boot. Het hele dorp staart ons na als we terug naar Agats varen.
We keren terug naar de boot, worden heerlijk ontvangen met een koele, frisse vochtige handdoek om ons op te frissen, een terugkerend ritueel, lunchen heerlijk, rusten even uit en realisern ons de luxe van het varen op zo'n comfortabele boot waar je steeds naar terug kan keren.
Vervolgens gaan we het stadje Agats bezoeken, dat een heel leuk stadje blijkt te staan. Hoewel de hoofdstad van de Asmat, is het toch eerder een groot dorp, maar opvallend levendiger dan het er van de waterkant uit ziet. Het stratenpatroon bestaat helemaal uit houten flonders op palen, om de hoge waterstanden geen kans te geven; een merkwaardig gezicht. Mensen rijden op electrische brommertjes, vermoedelijk omdat brandstof hier enorm duur is. Overal winkeltjes, houten woonhuisjes, een levendige markt waar we onze ogen uitkijken. Ik zie mensen kleine haaien kopen en verkopen, terwijl ergens anders kerstbomen van olastic verkocht worden. Bij de huisjes zien we nog steeds mannen die bomen uithollen en er prauwen van maken, op dezelfde wijze als dat al honderden jaren geleden gebeurde. We bezoeken een longhouse dat nog erg traditioneel en heel lang is. In het huis zien we schilden hangen, speren, pijl-en-bogen en traditionele trommels.
En natuurlijk bezoeken we het museum, een waanzinnig bizar en mooi museum. Uiteraard is het niet open als wij voor de deur staan, maar dat is nooit het geval, zoveel bezoekers komen hier niet. Maar na wat rondvragen gaat de deur open en staan we in een museum met twee rommelige ruimtes vol adembenemende asmatkunst. Overal staan beelden, bis-palen (een soort rituele totempalen), maar ook indrukwekkende maskers en strooien pakken die tijdens festivals gedragen worden. Niet voor niets wordt het Asmat houtsnijwerk als een van de beste ter wereld gezien en hebben toonaangevende musea in de wereld een collectie Asmat houtsnijkunst in huis. Eenmaal per jaar, van 9-14 oktober, vindt het Asmat kunstfestival plaats. Dan komen kunstverzamelaars en conservatoren en liefhebbers uit de hele wereld (nog steeds maar hooguit enkele tientallen) naar Agats om in te kopen en komen Asnat kunstenaars vanuit de meest afgelegen dorpen naar Agats om hun houtsnijwerk aan de man te brengen. Hoogtepunt is de verkiezing van het mooiste kunstwerk, dat uiteindelijk in dit museum terecht komt. Een hele zaal is dan ook gewijd aan aan alle kunststukken die een prijs hebben gewonnen, een fantastische collectie van decennia kunst. En in een klein hoekje enkele bewerkte schedels, stammend uite en tijd dat koppensnellen hier nog een gewoonte was, een tijd die niet eens zo lang geleden was.
Ook eten we pas redelijk recent van het bestaan van de Asmat, zo afgelegen lag deze regio. En nog steeds, want het is ook duidelijk al alle starende, maar ook enthousiaste gezichten te zien dat hier nauwelijks buitenlanders komen.
Met het mooie licht van de avondzon keren we terug naar de kade, moe, verhit en verbrand (want het was een erg warme dag), maar bovenal voldaan.

Asmat

's Ochtendsvroeg wakker in de verwachtng al weer voor de kust te liggen, maar dat valt tegen. Zijn later vertrokken i.v.m. motorpech. Gelukkig zijn er deskundige technische vaklui aan boord en is alles 's nachts nog gerepareerd. Nog anderhalf uur varen en dan liggen we voor anker. Helaas is het guur weer, regen, harde wind en sterke golfslag. We liggen nog een eind uit de kust, aangezien het erg ondiep is hier. Een van de redenen waarom de Asmat regio zon onbereikbaar en eeuwenlang zo onbekend is gebleven. Vanaf het land erg moeilijk bereikbaar, een ondoordringbaar gebied van slingerende riviertjes, kreken, geulen, moerassen en jungle. De zee brengt getijde verschillen van wel 5 meter, zo sterk dat dit 100 kilometer landinwaarts nog merkbaar is. Asmat huizen zijn dan ook altijd op palen gebouwd.
Ons schip vaart op een diepte van slechts 4 meter en dat wordt bij eb zelfs 2 meter. Erik en ik wagen het erop en stappen over op de kleine boot, trotseren de sterke golfslag en varen naar de kust om de mogelijkheden te ontdekken om Asmat dorpjes te bezoeken. We varen de Bets rivier op en stoppen bij de eerste hutjes. Hier worden we luid welkom geheten door enkele Asmat, ze komen aan boord en we varen naar het eerste dorp. De regen valt met bakken uit de lucht, de jungle omsluit ons steeds meer, maar het is een fantastische beleving. Ik voel me een ware avonturier zo, op dit kleine bootje in een afgelegen gebied, omringd door ondoordringbare jungle, Asmat mannen, af en toe kleine prauwen op de rivier, het gekwetter van vogels en de belofte van veel moois wat ons te wachten staat. De kleine prauwen zijn overigens prachtig, uitgeholde boomstammen, soms prachtig bewerkt met reusachtige beelden aan de voorkant. We stappen uit bij het eerste dorp, waar iedereen is uitgelopen en staat ye zingen, dansen en gillen. Het is duideljk dat het feit dat hier opeens een paar buitenlanders komen tot grote opwindng zorgt. We worden hartelijk welkom geheten en we praten wat met het dorpshoofd. We vragen of we wat gemotoriseerde boten kunnen huren en of er voor een traditionele welkomsceremonie kan worden gezorgd. Uiteraard kan dat. Het dorp gaat zich klaarmaken, wij varen terug naar de eerste hutjes en wachten daar, samen met uiterst vriendelijke Asmat. Ondertussen vaart onze boot terug met twee andere boten, om de groep te halen. De zee is iets rustiger geworden, maar het blijft helaas hard regenen. We proberen wat met de Asmat te communiceren, ze laten zien hoe ze sigaretten rollen van jonge palmbladeren, tonen een muts gemaakt van de huid van een couscous en de pijl-en-boog wordt gedemonstreerd. Op de hoeken van de boog zit als versiering de teen van een kasuaris vogel, een grote struisvogel-achtig beest dat hier door de jungle struint. Ik vraag ook of hier cenderawasih, oftewel paradijsvogels voorkomen, waarop instemmend wordt geknikt. Ze kunnen alleen helaas niet zeggen waar, 'gewoon een eind de junge inlopen'.
Na twee uur wachten komt de groep en we varen met drie boten de rivier op. Gelukkig is het droog geworden. En dan begint het, opeens worden we opgewacht door enkele prauwen met woest uigedoste mannen. Wit en zwart beschilderde gezichten, tooien van veren, speren, schilden, pijl-en-bogen, trommels. Er wordt gezongen, gegild en op de oevers rennen tientallen, eveneens prachtige versierde Asmat mee tot we aanmeren in het dorp Pirien. Tientallen kinderen en vrouwen beginnen te dansen, de mannen maken opzwepende muziek, ik sta erbij, kijk m'n ogen uit en heb het gevoel in een andere wereld terecht gekomen te zijn. We kijken, fotograferen, dansen, genieten en verbazen ons dat dit nog bestaat. Ok, we hebben het gevraagd, maar de dorpelingen doen dit met zoveel enthousiasme in een regio waar amper buitenlanders komen, dat we het gevoel hebben dat dit wel echt is.
Op een gegeven moment lopen we over de houten planken op palen (de straat), begeleid door tientallen dansenden Asmat mannen en vrouwen naar het volgende dorp. Daar worden we welkom geheten in het gemeenschapshuis, een longhouse dat bijna bezwijkt onder de mensenmassa. Ook hier weer een enorm spektakel. We kijken naar de mannen met hun 'neusbotten' en woest beschilderde gezichten. En dan nemen we afscheid, het hele dorp staat te zwaaien als we verder varen de rivier op. Onderweg stoppen we even om wat te lunchen, de bemanning heeft dat weer perfect geregeld. Er zijn gebakken noedels gemaakt, iemand loopt even de jungle in om bananenbladeren te pakken. Van elk bananenblad worden enkele borden gemaakt en we hebben een heerlijke maaltijd. Een bizar gezicht. Een Dimsum groep, verdeeld over drie boten op een rivier in de jungle, omringd door woeste Asmat krijgers, voorheen koppensnellers, rustig genietend van een lunch op bananenblad.
Dan varen we verder naar dorp Otsjanep een ook hier weer een traditioneel welkom. Het hele dorp is weer uitgelopen, iedereen uigedost en de opzwepende dans en muziek begint weer van voor af aan.
Dan is het welletjes geweest, we moeten nog een eind terugvaren naar het schip voor het donker wordt. Maar ook dit blijkt een heel avontuur te worden. Een prachtige tocht over de river door een tot leven komende jungle. Vogels kwetteren en we proberen ze te spotten, is die grote blauwe daar een kookaboora? En dan varen we de zee op, althans dat denken we, maar het water is zo gezakt dat de zee is drooggevallen op een manier dat we het gevoel hebben in de waddenzee te zijn. Maar het is een betoverend gezicht, de spiegelende lucht, de verre horizon, de glinsterebde waterspiegel, vele vogels op het wad en drie bootjes die zich door en ondiepe watergeul worstelen op weg naar die grote boot, die ergens ver, ver weg op zee ligt. We genieten van de vele vogels: de lokale varianten van plevieren, meeuwen, steltlopers, lepelaars, ralreigers en pelikanen. Maar dan lopen we vast en moeten we de boot uit om te duwen. Het water is slechts 5-10 cm diep, maar we zakken tot ver boven onze knieën in de modder. Een zware klus en we komen maar langzaam vooruit. De zon gaat al bijna onder in de verte, donkere regenwolken doemen op aan de horizon, het begint te onweren en we moeten nog zo'n eind. Afzien, maar ook echt genieten op deze pioniersreis, die hier wel duidelijk laat zien dat dit echt pionieren is. Uiteindelijk bereiken we de open zee, maar we kunnen nog niet varen. Nog steeds te ondiep, nog even verder lopen en dan varen we langzaam in het donker naar een lichtpuntje in de verte. Gelukkig bereiken alle boten veilig het schip, dat woest staat te dansen op de golven. We besluiten unaniem dat dit een fantastisch avontuur was, maar dat we morgen niet nog een dag dit gaan herhalen en geen nacht willen doorbrengen op dit dansende schip en gooien de trossen los, op weg naar het volgende avontuur; de oversteek naar Aru.

Aru

Heerlijk geslapen en wordt wakker op een open zee. De overtocht van West-Papua naar Aru duurt zo'n 36 uur, oftewel 2 nachten en een volle dag. Een rustdag voor ons dus, om te luieren, de indrukken van het bezoek aan de Asmat te verwerken, verslagen bijwerken, foto's kijken, wasjes doen, boeken lezen en eindeloos naar de horizon turen. Af en toe springen dolfijnen uit het water, terwijl fregatvogels om het schip heen vliegen.
Het is wel verbazingwekkend hoe eindeloos de horizon kan zijn, de hele dag alleen maar eindeloze zee om ons heen. We zien nergens land, maar zelfs geen andere boten varen hier op de Arafura zee.

's Ochtends vroeg hebben we land in zicht, de eilanden van Aru. Dit is een van de onbekendste en meest ontoegankelijke eilanden van de Indonesische archipel. Voor velen en ook voor ons is het nog echt pionieren hier. We proberen door het Manumbai kanaal te varen. Aru wordt merkwaardig genoeg door drie 'kanalen' gescheiden, een soort zeeengtes die zich als rivieren door het eiland kronkelen. Het is onduidelijk of we met ons schip er door heen kunnen, maar we gaan het proberen. Een spannend gevoel maakt zich van ons meter. Diverse kleine eilanden, de uitlopers van Aru komen steeds dichter bij. We zien een klein dorpje. De hele bemanning staat achter de kapitein en zijn navigatiesysteem. We varen zoveel op de diepste vaargeul volgens het navigatiesysteem, ergens moet er een scherpe bocht komen en dan kunnen we verder. Maar helaas dat moment komt niet, we lopen vast. De navigatie klopt niet met de werkelijkheid, de diepste vaargeul is verder naar rechts.
We besluiten er het beste van te maken en varen met de kleine boten naar het dorpje Namalau om informatie in te winnen. Het hele dorp loopt natuurlijk weer uit, ook hier nauwlijks buitenlanders. Een klein dorpje met een kerk, gelegen aan een baai. Mensen leven duidelijk van visvangst. We moeten naar de 'kepala desa' , het hoofd van het dorp om te vragen of we het dorp mogen bezoeken en het achterliggende bos waar paradijsvogels zouden leven. Helaas de kepala desa vindt het prima dat we het dorp bezoeken, maar het bos mogen we niet in. Een verdere verklaring komt er niet.
We besluiten een 'ketingting' (gemotoriseerde prauw) bij te huren en dan met kleine boten het Manumbai kanaal op te varen. Na anderhalf uur varen, een mooie tocht over een steeds nauwer wordende rivier door de jungle bereiken we het dorp Wakua. Hier gaan we aan land en proberen gidsen te zoeken om een jungle wandeling te maken. Ook dit is weer een erg eenvoudig dorpje. We zien een kakatoe in de bomen zitten. Als we een gids hebben gevonden, besluiten we een eind achter het dorp de jungle in te wandelen, maar dan begint er een enorm noodweer. We wachten de bui af op de verandah van de school, terwijl de plaatselijke jeugd zich vermaakt op het voetbalveld.
Gelukkig duurt het niet al te lang en kunnen we gaan wandelen. Een slipperige, hete en vochtige wandeling, maar zeker de moeite waard. We zien een mooie, groen-rood gekleurde fruitdruif, wilde orchideeën en enkele prachtige vlinders, waaronder een groter dan m'n hand. Zou dit diegene zijn waar Wallace zo verrukt van was? Wallace bracht hier vlakbij vele maanden door en was verrukt door de grote hoeveelheid vogels, insecten en vlinders die hij hier verzamelde.
Ik vermoed dat het inderdaad een paradijs is voor vogelliefhebbers, maar dan moet je wel de tijd hebben om rustig diverse dagen de jungle in te wandelen. En hier zien te komen en bereid te zijn onder zeer primitieve omstandigheden te overnachten. Wij keren echter terug naar het dorp om weer naar de boot te varen. We hopen dat die 's nachts los komt, zodat we dan de rivier op varen.

Midden in de nacht om 02.30 opgestaan. We gaan proberen het schip los te krijgen, een dusdanig spannend moment dat ik wil meemaken. De waterstand is op z'n hoogst nu, de maanstand op z'n gunstigst en de speedboot probeert de Matahariku los te trekken. Terwijl bijna de hele groep slaapt, staat de hele crew gespannen te kijken, want wat als het niet lukt? We zitten echt in een uithoek van Indonesie, zonder bereik, zonder steden of luchthavens in de buurt. Maar het geluk is met ons en het schip komt los. Dan bespreek ik met Eric de plannen en uiteindelijk besluiten we de doorsteek door de zeeengte naar de andere kant van Aru niet te wagen. Met mijn in m'n hart, het zou een fantastische tocht zijn, maar het risico, hoe klein dan ook, dat we weer vast zouden komen te liggen, en sterker nog, niet los komen, kunnen we niet nemen. De gevolgen voor de reis zouden desastreus zijn, dus besluiten we terug te keren en om Aru heen te varen. Jammer, maar gezien de omstandigheden de meest verstandige beslissing. Ik ga weer naar bed, opgelucht dat we varen, en slaap nog twee uurtjes en na een korte nachtrust gaan we ontbijten en leg ik de groep de beslissing uit, die gelukkig iedereen lijkt te begrijpen. Weer een dag op zee, maar de zee is rustig, we kijken uit over de vele eilanden van Aru en iedereen rust lekker uit. Ondertussen maak ik plannen met Eric voor het vervolg van de reis, want er valt nog veel te genieten. De Kei, Banda, en Lease eilanden wachten op ons.
Na een rustige dag op zee worden we einde van de dag verrast op een fantastische einde. Een weergaloze zonsondergang, een diepblauwe zeespiegel en overal dolfijnen die tegen de ondergaande zon uit het water springen. Al met al misschien wel honderd dolfijnen gezien, naast vele vliegende vissen. Een adembenemend mooi einde van de dag en een panorama dat ik niet snel zal vergeten.
Maar ook de avond is overweldigend: een van de mooiste sterrenhemels die ik ooit heb gezien, niet te vatten op een foto, maar voor eeuwig in het geheugen gegrift. 

Ontvang onze nieuwsbrief!

Uw e-mail adres:

Cookies en privacy

De website van Dimsum Reizen maakt gebruik van cookies. Deze cookies onderscheiden we in de categorieën functionele, analytische, advertentie en Social Media Cookies.

Cookiebeleid Dimsum Reizen
Privacy policy