Gedrieën lopen we achter elkaar over de dunne paadjes. Kijk, een buffel! Ongeïnteresseerd ligt het dier in het met water volgelopen rijstterras naar ons te kijken, terwijl we voorbij stappen. Ik moet even opletten, je stapt zo verkeerd en dan kukel je naast de buffalo in het rijstveld. Al is dat nu geen straf, want om 2 uur brandt de zon vol op mijn armen. Even een stop: wat zonnebrand smeren, pet goed zetten, slokje water, even wapperen zodat de zonnebrand intrekt, een wolk van muggenspray eroverheen en we gaan weer door. Tegen de avond komen we bezweet maar voldaan aan bij de homestay (een traditionele Tongkonan). Dag 1 zit erop, morgen dag 2.
Dimsummer Vera reisde in 2024 dwars door de binnenlanden van Zuid-Sulawesi naar Noord-Sulawesi.
Meer foto's van Vera haar reis door Sulawesi (oa Tana Toraja) vindt u in dit album.
Herschreven door Indonesië reisspecialist Vera op 3 september 2026.
Onze reis begint in Makassar, de hoofdstad van het eiland en een van de grotere steden van Indonesië. Na een uurtje rijden met de taxi vanaf het vliegveld komen we bij ons hotel aan en bezoeken we een aantal bezienswaardigheden in de stad. We komen aan bij Masjid Kubah 99 Asmaul Husna, oftewel de moskee met 99 domes. Dit gebouw bestaat uit 99 domes in een mooie kleurstelling met wit, geel en oranje. Het is een bijzonder gebouw en binnen is het heel rustig.
In de middag bezoeken we Fort Rotterdam. Het fort ziet er groot uit, komt uit de 17e eeuw en is gebouwd in de vorm van een schildpad, wat u vooral van bovenaf goed ziet. Er zit een leuk museumpje in over de geschiedenis van Makassar en omgeving en de verschillende minderheden.
’s Avonds lopen we langs de boulevard, waar tientallen eetstalletjes verschijnen en waar verschillende soorten vis wordt gerookt/gebakken. Uiteraard gaan we op een van de plastic stoeltjes zitten bij het water om wat vis te eten. Makassar is niet de leukste stad van Indonesië, maar naast dat je hier graag even wilt acclimatiseren na de lange vluchten, kan je er wel zeker een volle dag goed vertoeven.
Even buiten de stad ligt Malino, een bergdorpje waar je de drukte ontvlucht. Na 2,5 uur met privé auto komen we in de middag aan in Malino, een dorp in de heuvels waarbij wij aan de buitenrand zitten. En wat hebben we een mooie kamer met zelfs een jacuzzibad op het terras, met prachtig uitzicht over de rijstterrassen. De omgeving van Malino is opvallend groen. Denk aan dennenbossen, mistige theeplantages en watervallen. Het fijne aan deze plek is dat het ook goed afkoelt. In de avond zitten we dan ook met een trui aan.
Vandaag gaan we op pad met een gids die met ons door de omgeving van Malino loopt. Het is een mooie omgeving met veel rijstvelden, koffiebomen, cacaobomen en kruidnagel. Onderweg stoppen we bij een waterval om af te koelen en we lopen verder naar een lokaal gezin voor onze lunch. We krijgen overheerlijke pisang goreng (gebakken banaan) en heel veel eten.
In de dorpjes zie je overal doeken liggen met kruidnagel, die vooral worden gebruikt voor de goedkope Kretek sigaretten. Ook worden de bladeren van de boom gebruikt tegen de muggen. Had ik dat maar geweten, want ik ben alweer helemaal lek geprikt. We drinken wat water in een ander dorpje en gaan met de auto verder naar een andere waterval. Hier is het wat drukker omdat het makkelijker te bereiken is en er zitten veel stelletjes en vriendengroepen te relaxen. Een mooie afsluiter van de dag!
Om half 8 worden we opgewacht door onze gids. We gaan een tochtje maken over het Tempé-meer per boot. Tempé komt niet van het eten tempé, maar van het woord voor het water scheppen uit de boot als er water in komt: tempé tempé tempé, scheppen dus. We varen over een uitloper richting het meer tussen de huizen op palen. We zien vissers terugkomen en mensen die zich wassen in het water. Hoe meer we richting het meer gaan, hoe meer vogels we zien, vooral veel zwaluwen, maar ook ijsvogels en andere bijzondere vogels. Ik moet wel flink m’n ogen focussen om ze goed te kunnen zien.
We varen het meer op en zien een aantal vissers, maar ook een onweersbui die onheilspellend over het meer trekt. We varen er precies vooruit en gaan thee drinken bij een huis op het water. Het lijkt alsof het diep is, maar feitelijk is het water maar 1 meter diep. Precies wanneer we binnen zijn, begint het te storten. We drinken thee en eten gebakken banaan (pisang goreng), gemaakt door de oudste dochter. Het zijn eigenlijk een soort woonboten die zich aanpassen aan de hoogte van het meer. Nu heeft het wat meer geregend dus zitten ze weer terug op het meer, maar ze hadden een tijd meer richting het dorp gezeten. De bewoners leven vooral van de vis, die ze zouten en drogen in de zon. Ze hebben zelfs hun eigen kippen onder het huis scharrelen.
Tana Toraja is een hoogtepunt voor veel reizigers naar Sulawesi. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat nu ook vond. De regio staat bekend om haar bijzondere begrafenisrituelen, tongkonan-huizen en indrukwekkende landschappen.
Wij maken dan ook een 2-daagse hike in de omgeving van Tana Toraja. We staan op tijd op en rijden in drie kwartier de heuvels in. We checken nog even of we genoeg water hebben en ik krijg een wandelstok mee. De gids zei vooraf dat het best vlak zou zijn, maar dat is het niet echt hoor. We klimmen op de heuvels en dalen af naar rijstvelden waar we doorheen lopen. Door elk dorp worden we vrolijk onthaald.
Soms zien we autoladingen met mensen die naar een begrafenis gaan: met z'n twintigen achter op de kar in het zwart, met een varken om te offeren. Als we geschreeuw van een varken horen, gaan we kijken. We komen aan bij een grote familie die voorbereidingen treft voor een bruiloft. De vrouwen en kinderen maken pakketjes van rijst, die we in onze handen gedrukt krijgen, en de mannen houden zich bezig met het vlees. Onderweg bij de wandeling zien we veel buffels en kerkjes. Het is bijzonder hoe dit hele gebied voornamelijk christelijk is ingesteld.
Rond half 4 komen we na ruim 6 uur wandelen aan in een lokaal Toraja-dorp. We slapen op de tweede verdieping van een Tongkonan. Het dorp waarin we slapen is vrij rijk, wat te zien is aan het aantal buffelhoorns op de huizen. We wassen ons door met een emmer water over ons heen te gieten, wat heerlijk is omdat alles plakte. In de avond wordt er voor ons gekookt door de familie. We zitten nog even op het terras en vertrekken snel naar boven.
Dag 2 van onze wandeling. Na een koude nacht worden we vroeg wakker. Om half 8 staat het ontbijt klaar: verse pannenkoeken. We lopen weer omlaag naar de rijstvelden, waar we nog een laatste keer zwaaien naar het gezin. Onderweg zien we weer mensen die op weg zijn naar een begrafenis. We lopen een stuk omhoog en moeten vervolgens 3 uur afdalen naar het dorp waar we worden opgehaald, wat intensief is voor de benen.
Eenmaal beneden staat de chauffeur weer klaar om ons af te zetten bij het hotel, het is toch wel fijn om na de wandeling even te douchen en te relaxen.
Mijn reis eindigde diep in het noorden, in het Tangkoko Nationaal Park. Samen met een lokale ranger zocht ik naar spookdiertjes, neushoornvogels en zwarte kuifmakaken.
We staan vroeg op voor onze wandeling naar het nationaal park. We komen langs het beeld van Alfred Russel Wallace, bekend van de Wallace-lijnen en de evolutietheorie. Al snel zien we een ijsvogel en een groep zwarte makaken. Die leven op de grond, lopen rustig langs ons heen en vermaken zichzelf. Al vind ik makaken zelf altijd een beetje eng en onvoorspelbaar.
We zien een specht, meer ijsvogels en de koeskoes, een buideldier dat hoog in de boom in de zon zit. Via een telescoop van een andere gids kunnen we scherpe foto's maken.
Het echte hoogtepunt is de neushoornvogel. We gaan naar een plek waar een nest in een boomspleet zit. We wachten een kwartier, maar zien geen beweging. We verplaatsen ons naar een ander nest waarin een jong zit. De vogels bouwen hun nest dicht met modder om het jong en het vrouwtje te beschermen. Terwijl we te maken hebben met rode mieren en bijen, wachten we op het mannetje. Na een tijd wachten, lopen we toch maarterug. Plotseling horen we de roep van een neushoornvogel. Je meent het niet! De gids neemt ons mee en we rennen zachtjes door de bomen. Daar zit een koppel hoog in de bomen. Als ze wegvliegen, klinkt het geluid als een helikopter. Zo luid. Mijn eerste ontmoeting met een echte neushoornvogel!
Na een rustmoment ga ik rond de schemer met de gids op zoek naar spookdiertjes. Ze leven als gezin in een boom, dus het is wachten tot de avond valt. Toen het donkerder werd, begonnen ze te springen om op zoek te gaan naar eten. Ze zijn niet eens groter dan een handpalm. Vervolgens lopen we langzaam terug naar onze lodge.
Hoelang is het vliegen naar Sulawesi?
de gemiddelde totale reistijd varieert van 16 tot 20 uur, afhankelijk van de overstap. Er zijn op dit moment geen rechtstreekse vluchten vanaf Nederland. De beste aansluitingen zijn om ofwel via Singapore, Kuala Lumpur of Jakarta te vliegen.
Wat is de beste reistijd voor een rondreis van Zuid- naar Noord-Sulawesi?
De droge periode loopt over het algemeen van mei tot en met oktober. Oktober is een uitstekende maand om te reizen omdat de wandelpaden goed begaanbaar zijn en de natuur na de regentijd prachtig groen is gebleven.
Hoe intensief is de tweedaagse trekking in Tana Toraja?
De wandeling door de rijstvelden en heuvels bevat zeker wat stijgingen en afdalingen die een normale fysieke conditie vragen. Maar wij kunnen de zwaarte en de duur van de wandeling altijd aanpassen aan de fitheid van de wandelaar.
Hoe verplaats je je tijdens een reis door Sulawesi?
De meeste verplaatsingen in Sulawesi zijn met privévervoer in een comfortabele auto. De afstanden zijn over het algemeen vrij lang, waardoor een reis intensiever kan aanvoelen. Ga je naar een van de eilanden groepen zoals de Bunaken of de Togian-eilanden dan wordt de overtocht per kleine ferry afgelegd.
Wil je na het lezen van deze blog ook naar Sulawesi afreizen? Bekijk dan onze Indonesië Trans Sulawesi Familiereis. Deze route gaat van noord naar zuid.
De website van Dimsum Reizen maakt gebruik van cookies. Deze cookies onderscheiden we in de categorieën functionele, analytische, advertentie en Social Media Cookies.