Reisverslag van onderzoeksreis naar Chin regio in Birma

Bijzondere groepsreizen en individuele reizen Azië, Tibet, Bhutan, China en Vietnam

Reisverslag Birma


Dit is een verslag van een onderzoeksreis door Birma in november 2009.
Het blijft een adembenemend uitzicht, een van de meest betoverende van Azië; de zonsondergang over Bagan. Ik zit op de trappen van een pagode van zo'n duizend jaar oud en kijk over een immens landschap met zover het oog kan zien de spitse vormen van pagoda's die uitsteken over een langzaam rood kleurend landschap. Rookflarden, wazige bergen op de achtergrond en het glinsterende water van de Irrawaddy verhogen de mystieke beleving. Hier en daar zie je een boer z'n kudden geiten binnenhalen, een ossenkar schuivelt langzaam over de zandpaadjes, enkele monniken prevelen hun weg door de vele pagoda's.

Het is lang geleden dat ik hier voor het laatst was, er is veel veranderd in Birma, maar de betoverende uitstraling van Bagan is het zelfde gebleven. Maar ik ben hier nog om de vele culturele rijkdommen van het land van de duizend pagoda's te bewonderen; Birma heeft immers nog veel meer te bieden. Hier wonen vele volkeren, m.n in de bergachtige grensregio's.

Door de geïsoleerdheid van Birma de afgelopen decennia leven veel van deze 'hilltribes' nog steeds op dezelfde manier zoals ze dat een eeuw geleden deden. Het is duidelijk het overgangsgebied tussen India en Zuidoost-Azië. Westelijk wonen veel volkeren die deels ook in Bangladesh, Arunachal Pradesh en Nagaland wonen, als de Chin en de Naga's. In het noorden van Birma liggen de uitlopers van de Himalaya en treffen we Tibetaanse volkeren aan en in de zgn. Gouden Driehoek, de grensregio met Laos, China en Thailand wonen vele Akha, Lisu, Laha, Eng om maar enkele volkeren te noemen. En verspreid over het land wonen dan nog de Shan, de Pa'o, de Palaung, de Padaung, de Karen, de Kachin en nog tientallen andere volkeren.

Aangezien veel van de volkeren in 'politiek gevoelige' gebieden leven was het jarenlang onmogelijk om deze volkeren te bezoeken. Maar mondjesmaat worden de gebieden stabieler en kan er gereisd worden, soms met, soms zonder permits. Zo is de regio rondom Putao in de noordelijke Kachin staat toegankelijk, kan het fascinerende Nagaland bezocht worden, kunt u vele volkeren rondom Kengtung in de Gouden Driehoek bezoeken en is het ook mogelijk om door de prachtige Chin staat te reizen. Dat laatste is het doel van mijn reis; op zoek naar een van de meest tot de verbeelding sprekende volkeren van Azië; de Chin.

De Chin wonen verspreid over Myanmar, Bangladesh en India (m.n in Mizoram), maar leven het meest traditioneel in Myanmar. Ze staan bekend om hun prachtige textielnijverheid, maar vooral ook om de getatoeerde gezichten van de vrouwen. Op twee plaatsen in Birma kunnen de Chin nu bezocht worden, helemaal in het zuiden in de Rakhaing staat vanuit Mrauk U, een prachtig tempelcomplex, vergelijkbaar met Bagan, maar dan veel minder bekend. En de zuidelijke China heuvels, waar ik naar toe ga.

's Ochtends vroeg op, we rijden weer door de tempels van Bagan naar de oever. van de Irrawaddy (of Ayeyarwaddy zoals ze hier zeggen). Een ferry brengt ons in een half uurtje naar de overkant, terwijl we genieten van het uitzicht vanaf de waterkant over Bagan. Dan stappen we in een open jeep om in een uur of acht naar Mindat te hobbelen. Mindat is onze uitvalsbasis om de Chin regio te bezoeken. Een tocht door landelijk Birma, over stoffige wegen en aanvankelijk een erg droog landschap. De verwoestijning is hier duidelijk toegeslagen; overal droge rivierbeddingen en kudden geiten en schapen op zoek naar de laatste grashalmen. Maar langzaam wordt het landschap heuvelachtiger en groener. Het is oogsttijd, overal staan vrouwen de rijst te oogsten en rijden ossenkarren af en aan met de oogst van dit jaar.

In de loop van de middag komen we aan in Mindat, het klimaat is een stuk aangenamer dan de hitte van Bagan. Een frisse berglucht. Mindat is een klein stadje, gelegen op een bergkam met overal uitzicht over de groene Chin-heuvels. In de verte zien we de piek van Mt. Victoria, de hoogste berg van ruim drieduizend meter. We wandelen door het stadje, zijn getuige van een plaatselijke voetbalwedstrijd en bezoeken het klooster aan de rand van de stad. Een prachtig uitzicht over de omgeving en een eigen kopie van de' Gouden Rots Pagoda'.

Op straat zien we al een aantal Chin vrouwen lopen met duidelijk herkenbare tatoe's in het gezicht. De vrouwen hebben overwegend allemaal hetzelfde patroon getatoeerd. Door de hele Chin-regio zie je veel verschillende patronen. Zo hebben de vrouwen rondom Mrauk U m.n 'spinnenwebben' in hun gezicht getatoeerd. Rondom Mindat komen vier subclans voor met hun eigen patronen. Het meest zien we de Moun, maar ook wonen hier de Ngara, de Dai en de Makan.

We wandelen naar een klein dorpje aan de voet van de berg en zien daar al een aantal grafstenen liggen. De Chin begraven hun doden onder opgestapelde stenen, vergelijkbaar met onze hunenbedden, maar dan kleiner. Op zgn. Lunn Yu festivals draagt de bevolking van een dorp zware keien vanuit de rivier omhoog naar het dorp en wordt er alvast een graf klaargezet, voor het geval er later iemand mocht overlijden. Het graf is er dus eerder dan de overledene.

Er zijn geen restaurants in Mindat, dus hebben we een teashop gevraagd of ze eten willen koken voor ons en 's avonds wandelen we in het donker (electriciteit is hier ook een schaars goed, maar dat is niet zo verwonderlijk als zelfs in de hoofdstad Yangon nog regelmatig de stroom uitvalt) naar een teashop om daar heerlijk Birmees te eten; vele gerechten op tafel, een biertje erbij en de eigenaar laat ons foto's zien van het eerdere Chin festivals die hebben plaatsgevonden; een kleurrijk spektakel.

We slapen in een eenvoudig hotel, en staan 's ochtends vroeg op. De zon komt op over de heuvels, we ontbijten wat in een teashop in de markt en rijden dan een hobbelige weg naar beneden richting Kampelet. Onderweg passeren we al enkele Chin dorpjes. De weg wordt steeds slechter en we stappen uit om verder te wandelen. Een mooie wandeling, we passeren weer enkele huizen, waar getatoeerde Chin vrouwen ons van harte welkom heten en trots op de foto willen. Hoewel het tatoeren al in de jaren ' 50 verboden is door de Birmese overheid komt het nog steeds voor, hoewel het m.n de oudere generatie is die nog bedekt is met tatoeages. Het is een pijnlijk proces voor meisjes die vanaf hun pubertijd getatoeerd kunnen worden, vaak met de doornen van de plaatselijke citroenboom. Volgens de overlevering worden de vrouwen getaoeerd om ze lelijk te maken, zodat ze niet door vreemde volkeren gestolen kunnen worden. Maar dit is waarschijnlijk een fabel en een verhaal wat je ook tegenkomt bij andere volkeren in bijv. Arunachal Pradesh in Noordoost-India.

We verlaten de weg en via een klein stijl paadje slingeren we naar beneden richting de rivier. Een uur later staan we beneden met als enige doel om aan de andere kant weer omhoog te klimmen. De zon brandt flink en het is flink zweten geblazen, maar weer een uur later staan we in het dorp Kyar Hto, een van de grotere Chin dorpen. Het hele dorp heet ons welkom; er wordt flink rijstwijn uitgedeeld, gedronken uit de hoorns van de mithun (een semi-wilde buffel) en de mannen van het dorp gaan zelfs dansen en zingen. De vrouwen roken stug een pijp en kijken lachend toe. De sjamaan van het dorp voert enkele bezweringen uit en ik sta te genieten van dit fascinerende schouwspel. Centraal in het dorp staan veel bewerkte houten palen. Dit zijn de palen die aangeven hoeveel mithuns er geslacht zijn. Tijdens elk Lunn Yu festival (vinden vooral plaats in het voorjaar) worden er mithuns geslacht op traditionele wijze (neergeschoten met pijl en boog door de sjamaan). Vervolgens wordt er flink gefeest, gegeten, gedanst en gezongen.

Na enkele uren in het dorp doorgebracht te hebben, wandelen we verder. Na een tweetal uur komen we aan op de hoofdweg (nog steeds een zandpad), waar onze jeep staat te wachten om ons terug te brengen naar Mindut. Het was een pittige, maar prachtige wandeling langs enkele bijzondere Chin dorpen.

In Mindut gaan we langs bij een wel zeer uitbundig uitgedoste vrouw van de Makan clan. Zo zie je ze niet veel; de Makan tatoeren hun gezicht helemaal. Deze vrouw heeft daarbij ook nog eens gigantische oorbellen in haar oorlellen zitten. De oorbellen zijn kleurrijke schotels die behoorlijk zwaar zijn als ik ze later even in m'n handen houdt.
Ook bezoeken we een vrouw van de Makan die aan het zgn' neusfluiten doet. Men pakken een dwarsfluit en blaast niet met de mond, maar met de neus en er komt waarempel nog geluid uit ook.

's Avonds zitten we in een andere teashop na te genieten. Er valt inderdaad nog heel veel te ontdekken in Birma; een echte pioniersbestemming voor Dimsum Reizen.

Wim van Ginkel

Ontvang onze nieuwsbrief

Uw e-mail adres:

Cookies en privacy

De website van Dimsum Reizen maakt gebruik van cookies. Deze cookies onderscheiden we in de categorieën functionele, analytische, advertentie en Social Media Cookies.

Cookiebeleid Dimsum Reizen
Privacy policy

Benieuwd naar onze maandelijkse reistips?