Reisverslag van onderzoeksreis naar Kinnaur en Spiti, India

Bijzondere groepsreizen en individuele reizen Azië, Tibet, Bhutan, China en Vietnam

Reisverslag Kinnaur en Spiti


Reisverslag Kinnaur en Spiti reis mei / juni 2008

Dit is een verslag van een onderzoeksreis door Kinnaur en Spiti in de provincie Himachal Pradesh in de Indiase Himalaya. We hebben in korte tijd in hoog tempo erg veel plaatsen bezocht. Het tempo is niet representatief voor reizen die onze klanten normaal gesproken maken.

De reis en het verslag is gemaakt door Wim van Ginkel


Dag 1 Amsterdam – Delhi
Een goede vluchtreis brengt ons rechtstreeks naar Delhi. Gelukkig heeft de KLM op deze vlucht nu ook hun persoonlijke videosysteem, zodat ik weer even heerlijk een aantal nieuwe films kan zien. Onderweg al een goede Indiase maaltijd en we komen zelfs 40 minuten te vroeg aan in Delhi. Prima begin van de reis dus. Delhi airport blijft Delhi airport, nog twee jaar en dan is de verbouwing af en krijgt een van ’s werelds grootste landen hopelijk eindelijk eens een fatsoenlijke luchthaven. We rijden snel de hitte van Delhi in (38 graden is het nog om 23.00) naar ons hotel in het centrum, ergens tussen treinstation en Connaught Place.
Het is een erg sfeervol hotel, een oud familiehuis van een Sikh familie dat de laatste jaren is omgebouwd tot een soort van boutique hotel.
We moeten echter slapen, nog niet moe, het is bloedheet, maar goed, zo snel mogelijk in het ritme van India komen.

Dag 2 Delhi – Sarahan via Shimla
Na een rommelige nachtrust zitten we ’s ochtends te ontbijten op ons dakterras. Om ons heen een eindeloze hoeveelheid daken die zich zover de horizon strekt uitstrekt. Af en toe een tempel er tussen en in de verte de koepels van de vrijdagsmoskee in Oud Delhi.
Terwijl de stad langzaam tot leven komt, baant onze taxi zich een weg tussen straatverkopers, koeien, mensen die op straat slapen, bedelende sadhu’s, riksja’s, straatvuil, overweldigende geuren en kleuren en al het andere dat Delhi zo heerlijk, maar tegelijkertijd verschrikkelijk chaotisch maakt. Na een goed half uur rijden zijn we weer op de luchthaven, de domestic terminal ditmaal, voor een vlucht naar Shimla. Liever hadden we de Himalayan Queen trein genomen, een snelle die van Delhi naar Kalka reist, waar je overstapt op een boemeltje wat langzaam en sfeervol door de bergen reist naar het hillstation Shimla. Dit boemeltje stamt nog uit 1903 en is gebouwd in opdracht van Lord Curzon, de gezant over Brits- Indië. Onderweg passeer je 102 tunnels.

Tijdsgebrek heeft ons echter gedwongen te vliegen, zodat we met een korte vlucht van de low cost carrier Deccan Air rond het middaguur op het kleine vliegveld van Shimla (2206 meter) landen.
Het is prachtig weer, we maken kennis met de chauffeur die ons de komende tijd rondreist en rijden snel met onze ruime Toyota Qualis jeep de stad in.
Ooit de zomerhoofdstad van Brits-Indië ademt Shimla nog de typische sfeer van een Brits hillstation uit. Hier zat de Britse elite om de hitte van India te ontsnappen. Hiervandaan werd ’s werelds grootste kolonie bestuurd. De dominante Christ Church torent boven de stad uit en we flaneren wat over The Mall vol koloniale gebouwen. Om eens heen de groene heuvels, de eerste uitlopers van de Himalaya. The Mall is nu niet meer het terrein van de Engelse elite, maar van vakantievierende Indiërs, het is vakantieseizoen en de bergen zijn ook voor de Indiërs een ideale vakantiebestemming.
We lunchen in een Zuid-Indiaas restaurant met heerlijke dosa’s en een uitgebreide thali en vertrekken dan richting Sarahan.
Een slingerende, goed geasfalteerde weg brengt ons door groene, maar dorre heuvels (het land wacht op de moesson) die steeds hoger worden. Onderweg passeren we Narkanda (2708 meter), een klein plaatsje dat gebruikt kan worden om de reis naar Sarahan te onderbreken. Er kan gewandeld en ’s winters zelfs geskied worden.
We dalen weer af en stoppen in Rampur (1005 meter) waar we het imponerende Padam paleis bezoeken, gebouwd in 1925 voor de maharadja’s van Bushahr. Een mooi gebouw met veel houtsnijwerk, tierelantijnen en een grote tuin ervoor.
Begin van de avond komen we in Sarahan (1920 meter) aan na 5 uur rijden. Ons hotel is een karakteristiek, nostalgisch Indiaas hotel, enigszins vervallen, wel sfeervol. We worden hartelijk welkom geheten en na een goede maaltijd met lokale appelwijn hebben we een goede nachtrust.

Dag 3 Sarahan – Kalpa via Sangla
’s Ochtends vroeg kijken we uit het raam en onze mond valt open; wat een uitzicht. Prachtige besneeuwde pieken steken af tegen een strakblauwe lucht over een groene vallei vol dorpjes. Onderin de vallei stroomt de Sutlej rivier, een van de vier rivieren bij de heilige Mount Kailash ontspringt. Deze rivier zullen we de komende dagen volgen, totdat de rivier afbuigt naar de gesloten grens met Tibet en wij verder de Spiti rivier zullen volgen.
Na het ontbijt lopen we naar de hoofdattractie van Sarahan en een van de belangrijkste bezienswaardigheden in heel Himachal Pradesh: de Bhimakali tempel. De grotendeels houten tempel ligt prachtig met de witte bergen op de achtergrond. De tempel biedt een typische mix voor deze regio; hindoeïstische tempel met boeddhistische invloeden en lokale goden. Dit is de regio waar het boeddhisme en hindoeïsme elkaar treffen en makkelijk in elkaar opgaan. Zo ontstaat er een unieke religieuze mengvorm in Himachal Pradesh. Dit gecombineerd met de bijzondere bouw en ligging van de tempel en je snapt waarom dit een topattractie is.
Er kan lekker gewandeld worden in de omgeving, maar wij moeten verder. We dalen af naar de Sutlej kloof en volgen een spectaculaire route langs de rivier, af en toe onderbroken door kudden schapen en geiten. Na een kleine vier uur rijden komen we aan de Sangla vallei (ook wel Baspa vallei). Inmiddels zijn we in de regio Kinnaur beland. Deze Himalaya regio is veel minder bekend en bezocht dan bijvoorbeeld Ladakh, Sikkim of de Kullu vallei, maar heet juist verrassend veel te bieden.

De unieke Kinnauri cultuur vol houten tempels, kloosters en dorpjes, gelegen in groene valleien met overal imponerende bergen op de achtergrond, de vriendelijke mensen met hun karakteristieke Kinnauri hoofddeksels met groene flap, de rijke historie en de mogelijkheden om op deze manier het hooggelegen Spiti en Ladakh binnen te rijden, maken dat deze regio enorm veel potentie heeft voor liefhebbers van de Himalaya.
Dwars door Kinnaur loopt de oude Hindustan – Tibet highway, de oude verbinding tussen India en Tibet, ooit bevolkt door boeddhistische pelgrims, handelaren met yakkaravanen, Britse spionnen en avonturiers. Nu loopt er een min of meer geasfalteerde weg door de vallei, maar de oude Hindustan – Tibet highway loopt nog steeds boven de vallei en is nu een prachtige meerdaagse wandelroute.
Wij hebben de hoofdweg echter even verlaten en slaan de Sanglavallei in, een van de mooiste van Kinnaur en lunchen in een Tibetaanse restaurantje in het dorp Sangla (2680 meter) en bekijken enkele hotels die allemaal mooie uitzichten bieden. We zien veel Tibetanen en gebedsvlaggen, een teken dat we steeds dichter bij Tibet komen.

We rijden verder de vallei in, naar het eindpunt, het dorpje Chitkul op 3450 meter, een uur rijden. Als we uitstappen is het frisjes en we warmen ons eerst even op door een stukje de vallei in te lopen, die wordt afgesloten door imponerende besneeuwde bergen. Het dorpje zelf is een prachtig, authentiek Kinnauri dorp vol houten huizen, kleine, maar bijzondere hindoeïstische en boeddhistische tempels, rondscharrelend vee, vrouwen die de was doen, keuvelende oude mannetjes en spelende kinderen. We ontdekken enkele eenvoudige guesthouses, het toerisme begint hier net te ontwikkelen. Dit is een prachtige plek om te overnachten voor wandelliefhebbers en zij die in een authentiek Kinnauri dorp willen overnachten.
Maar wij moeten verder, keren terug naar de Sutlej kloof, steken de rivier over en stijgen dan naar de plaatsje Rekong Peo en Kalpa en genieten van een van de mooiste uitzichten ooit gezien in de Himalaya. Hoe meer we stijgen hoe meer bergen we ontdekken. Vanuit ons sfeervolle hotel in Kalpa (2960 meter, twee uur van Sangla) zien we de zon ondergaan over het Kinner Kailash massief met z’n pieken over de 6000 meter. Een waanzinnig mooi gezicht, de langzaam roze kleurende pieken van een van de heiligste bergen van de Himalaya. Elke minuut veranderd het pallet aan kleuren dat zich voor onze ogen uitstrekt. Alleen dit uitzicht maakt de reis al de moeite waard.
We genieten van een lekkere butter chicken, saagh paneer, gekruide aardappels en nan en duiken tevreden het bed in.

Dag 4 Kalpa – Nako
’s Ochtends weer vroeg op en wederom genieten van een weergaloos panorama dat zich voor onze ogen uitstrekt. Ditmaal de Kinner Kailash bij ochtendlicht en het blijft imponeren. We zien nu ook de Shivaling rotspilaar, die gister verborgen was achter een wolkje. Kalpa ligt beneden ons, evenals uitgestrekte boomgaarden met appelbomen. Na het ontbijt wandelen we een stuk over de Hindustan – Tibet Highway, die voor het hotel langsloopt. Hoewel de oorspronkelijke route al in Shimla begon, is het voor trekkers nu het meest logisch in Sarahan te beginnen, waarvandaan je in twee weken naar de grens met Tibet kunt trekken. Uiteraard kun je ook enkele dagen wandelen.
Het stuk dat wij wandelen is een prachtige vlakke wandeling met adembenemende vergezichten. Temidden van prachtige pijnbomen kijken we omhoog naar 6000 meter hoge bergen, gletsjers en beneden naar een immens 1000 meter diepe kloof waar de Sutlej doorheen buldert. Een eenvoudige, maar o zo mooie wandeling brengt je naar het volgende dorp, Roghi. De omgeving nodigt uit tot veel meer wandelingen, maar wij nemen afscheid en dalen af naar het iets lager gelegen Rekong Peo.

Hier moeten we onze Inner Line Permit halen. Dit document heb je nodig om verder te reizen, aangezien je in het grensgebied met China komt, een gevoelige regio. In de jaren ‘60 vochten de buurlanden nog een oorlog uit om dit grensgebied. Het krijgen van de permit is nu slechts een formaliteit, maar het is nog maar een jaar of 15 dat men hier kan rondreizen. Dat verklaart voor een deel het authentieke karakter van de regio en het onbekend zijn bij veel Westerse reizigers.
Uiteraard gaat het verkrijgen van de permit geheel op z’n Indisch. Hoewel we goed voorbereid zijn en pasfoto’s, kopieën van visa en paspoort bij de hand hebben, moeten we toch alle gegevens invullen op een papier en een uur later terugkomen. Ondertussen kunnen we de winkeltjes van het stadje even verkennen. Een uur later lopen we naar een ander kantoor waar een ambtenaar alle gegevens weer overtypt in een computer en in het kader van de modernisering op hilarische wijze met een webcam (afgesteld op de gemiddelde lichaamsgrootte van een Indiër) een pasfoto van ons neemt. Weer een half uur later krijgen we dan onze permit, met een volledig vervormde pasfoto, maar we kunnen verder. Volgens de permit mogen we onderweg geen foto’s maken en geen landkaarten meenemen, maar dat beschouwen we maar als een achterhaalde formaliteit.
We dalen weer naar de Sutlej om van daar langzaam weer te stijgen naar een langzaam veranderend landschap. We zien diverse dorpjes met de er bovenuit torende karakteristieke tempeltorens. Onderweg wordt de permit gecontroleerd en reizen we voorheen verboden gebied in. In een ruig berglandschap waar de meeste begroeiing verdwenen is verlaten we de Sutlej rivier. De slingert verder naar Tibet (of beter daar komt die vandaan), maar dat is verboden terrein. Op dit punt stroomt de Spiti rivier in de Sutlej en reizen we verder langs deze rivier. We zijn vanaf nu in de Spiti vallei, hoewel het eerste stuk onder de regio Kinnaur valt.
Het landschap wordt steeds indrukwekkender, verdwenen zijn de groene valleien, de appelboomgaarden, de houten dorpjes. We zitten in een woest maanlandschap, overal geërodeerde bergen, rotspartijen, gletsjers. Een ruige weg volgt de Spiti rivier, soms op gelijke hoogte, soms een duizelingwekkende route honderden meters erboven. Hier en daar zien we gebedsvlaggen en af en toe enkele witte lemen huizen, dit is Tibetaans cultuurgebied.
We slingeren omhoog en bereiken na 4 uur reizen Nako (3662 meter), wederom een fantastisch mooi gelegen dorp met een geweldig uitzicht.
Onderweg was er weinig mogelijkheid tot lunchen, dus we eten snel wat en gaan de omgeving verkennen. Nako blijkt een authentiek Tibetaans dorp te zijn, zo een als je er in Tibet amper meer vindt, volgebouwd als ze daar zijn met Chinese nieuwbouw. Een wirwar van straatjes leidt ons langs en over huizen, overal stallen voor de koeien, schapen en geiten, overal gebedsstenen, manimuren, gebedsvlaggen, stupa’s en een 900 jaar oud klooster. Kinderen spelen cricket tussen de stupa’s van het klooster.

Dag 5 Nako – Tabo
Het blijft een feest om wakker te worden, ook nu in het vroege ochtendlicht is het uitzicht wederom betoverend. Nako ligt in een woeste omgeving van besneeuwde pieken en ruige bergen hoog boven de woest stromende Spiti rivier.
We beklimmen de heuvel achter Nako waar je een prachtig zicht hebt op de weidse omgeving. Op de heuvel enkele oude stupa’s, uiteraard vele gebedsvlaggen en een prachtig zicht op de ruim 6000 meter hoge Leo Purgyal berg, de natuurlijke grens met Tibet. We zijn in de regio die ooit deel uitmaakt van het Tibetaanse koninkrijk Guge, waarvan aan de overkant van de grens de beroemde kloosters van Tholing en Tsaparang liggen, niet ver van de heilige Mount Kailash. De besneeuwde piek van de berg schittert in het vroege ochtendlicht
Beneden in het dorp worden de kuddes uitgelaten en naar de velden gebracht, mensen gaan de akkers bewerken, het dorp komt tot leven. We lopen nog even naar het klooster en dan maken we ons op voor vertrek naar de volgende bestemming.
Via een prachtige, ruige bergtocht komen we in Spiti. Dit boeddhistische rijkje vertoont veel overeenkomsten qua landschap en cultuur met Ladakh. Het is alleen veel meer afgesloten dan Ladakh. De hoge Kunzumla pas sluit de vallei voor bijna 9 maanden per jaar af, de andere route, waar wij nu op rijden, is nog maar een jaar of 15 open en is ook in de wintermaanden gesloten wegens sneeuwval en kan in de zomermaanden dicht zitten door landslides als gevolg van de moesson die de wegen in Kinnaur ontoegankelijk kunnen maken.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Spiti een geheel eigen, authentieke cultuur heeft en enkele van de meest bijzondere kloosters in de hele Himalaya herbergt.
Een van die kloosters is het klooster van Tabo, dat we na een uur of drie rijden bereiken.
In een klein dorpje ligt een van de beroemdste kloosters binnen het Tibetaans cultuurgebied. Aan de buitenkant zit het klooster er heel anders uit dan andere Tibetaanse kloosters. Binnen een grote lemen muur, liggen een aantal eenvoudige lemen gebouwen en lemen stupa’s. Een architectuur die eerder aan Mali, Jemen of enigszins aan de huizen in de Tibetaanse Aba regio doen denken. Niet iets dat er direct uitziet als een indrukwekkend klooster. Maar de gebouwen herbergen misschien wel de meest bijzondere fresco’s en beelden van alle Tibetaanse kloosters. De fresco’s en beelden zijn al meer dan 1000 jaar oud, het kloosters is nooit vernietigd en is daarmee een van de weinige kloosters die er nog uitziet als 1000 jaar geleden. In 996 werd het klooster gesticht door Ringchen Zangpo, een van de beroemdste schriftgeleerden in het Tibetaans boeddhisme en de heiligste man die Spiti heeft voortgebracht.
Als we het klooster bezoeken valt op dat het een weinig levendige indruk maakt, het heeft meer een museumfunctie dan een kloosterfunctie lijkt het wel. En dat terwijl de Dalai lama heeft aangegeven hier z’n pensioen te willen slijten (ervan uitgaande dat hij Tibet niet inkomt). Alle gebouwen zijn gesloten, we moeten op zoek naar een monnik die de gebedsruimtes kan openmaken. Die ligt ergens in een hoekje te slapen, maar leidt ons vervolgens rond.
In donkere, spaarzaam verlichte ruimtes lopen langs grote beelden van boddhisatvasa’s. Achter de muren prachtige fresco’s van boeddha’s, overal waar je kijkt. De ene ruimte is nog indrukwekkender dan de ander. Zonder meer een van de belangrijkste collecties aan boeddhistische kunt die zich voor onze ogen openbaart.
Na het bezoek aan het klooster beklimmen we de heuvel aan de rand van het drop waar zich nog enkele grotten bevinden, die echter allemaal kaal van binnen zijn. Wel een mooi uitzicht over Tabo en de vallei. We dalen nog even af naar de Spiti rivier en gaan ’s avonds eten en samen met enkele Indiase toeristen cricket kijken. Het is sinds kort bij Indiase toeristen in om ook zulke avontuurlijke tochten door de Himalaya te maken. Echt te genieten lijken ze niet, dik ingepakt als ze zijn. Terwijl het niet echt koud is zal het voor Indiërs van de hete vlaktes altijd wel veel te koud en onherbergzaam zijn hier.

Dag 6 Tabo – Kaza via Dhankar en Pinvallei
In ons inmiddels gebruikelijke ritme staan we vroeg op en rijden in een uurtje naar het klooster van Dhankar. Zodra we het klooster hoog boven de vallei zien uittorenen vallen onze monden open van verbazing. Het klopt inderdaad dat dit een van de meest spectaculair gelegen kloosters in de hele Himalaya is. Op grillige rotspieken op zo’n 4000 meter is een klooster gebouwd op een plaats waarvan het absoluut onmogelijk lijkt daar iets te bouwen. Eenmaal bovenaangekomen is ook het uitzicht adembenemend, je kijkt uit over de vallei waar de Pin en Spiti rivier in elkaar samenstromen.
Een vriendelijke monnik laat ons de gebedsruimtes zien vol eeuwenoude thanka’s, soms wel 1000 jaar oud. Het klooster is in slechte staat en ziet eruit of het elk moment kan instorten. Het is dan ook een van de 100 meest bedreigde belangrijkste historische sites ter wereld. Eeuwig zonde zou het zijn als dit bouwwerk zou instorten.
We wandelen nog hoger door het kleine dorpje naar het oude fort boven Dhankar en kijken naar beneden waar de daken van het klooster zich aftekenen tegen de vallei.
Na enige uren rondgelopen te hebben en genoten te hebben van deze bijzondere plaats, een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt van deze reis, dalen we af naar de vallei en rijden een stuk de Pinvallei in. Dit is een natuurreservaat vol grillige bergen, rotsen en thuisbasis van steenbokken, bergschapen en de sneeuwluipaard. Het is vooral ook een gebied waar je lange trektochten kunt maken, richting Kinnaur of de Parvativallei bij Kullu. Helaas hebben wij daar geen tijd voor en wij rijden tot aan het Kungri klooster. Een groot nieuw klooster staat naast de 600 jaar oude gompa. Dit is het enige Nyingmapa klooster in Spiti en we zien hier veel monniken rondlopen.

We verlaten de Pinvallei en rijden in een uur naar Kaza, de hoofdstad van Spiti, nog steeds maar een dorp van zo’n 2000 inwoners (de gemiddelde dorpen hebben 10-100 inwoners).
We checken in het gezellige hotel met mooie tuin in, lunchen en gaan dan weer op pad.
Iets buiten Kaza ligt het Ki klooster, ook alweer spectaculair op 4100 meter hoogte op een rots gelegen tegen een kale bergwand aan. Ook hier weer vriendelijke monniken die ons rondleiden thee aanbieden.
En we stijgen nog hoger naar Kibber, volgens zeggen ’s werelds hoogst permanent bewoonde dorp (4205 meter). Of dat waar is betwijfelen we, maar in ieder geval is het een prachtig authentiek dorp vol witte huizen in Tibetaanse stijl gelegen op een ruige hoogvlakte. Het lijkt ons een zwaar bestaan te wonen in dit dorp. De inwoners hebben allemaal getekende gezichten van het harde klimaat dat hier heerst. Als we in het dorp zijn komen net alle kuddes binnen. Schapen, geiten en yaks worden door de herders de dorpstraat ingedreven en temidden van de stofwolken staan de eigenaren te wachten om hun vee naar huis te begeleiden. Het is of we in een film staan, adembenemend bekijken we het schouwspel, dat zich hier dagelijks al voor honderden jaren afspeelt.
’s Avonds weer cricket, we snappen nog steeds niks van de regels.

Dag 7 Kaza – Manali
De langste reisdag staat op het programma. Via twee bergpassen moeten we de Spitivallei achterons laten om af te dalen naar de veel lager gelegen Kulluvallei. De eerste bergpas is de Kunzumla pas van 4500 meter die de Spitivallei 9 maanden per jaar afsluit. De pas is net twee weken open.
Aan de overkant van de rivier kijken we nog een keer naar het Ki klooster en dan rijden we langzaam Spiti uit. We passeren nog enkele dorpjes, totdat we bij Losar zijn (het eerste of laatste dorp van Spiti). De paspoorten worden weer gecontroleerd en dan begint de beklimming van de Kunzum la.
Het weer zit voor het eerst niet mee en het wordt steeds mistiger en regenachtiger, maar ja, dat kun je verwachten op deze hoogte. Na een flinke klim staan we op 4551 meter, het hoogste punt van de reis. Er ligt flink veel sneeuw, we lopen de kora rond de stupa’s en gelukkig begint het zonnetje nog even te schijnen.
Dan begint de ellenlange afdaling over een slechte, hobbelige weg. We rijden door dikke pakken sneeuw, vaak is de gletsjer waar we doorheen rijden nog maar onlangs open gebaand door een shovel. Een zware, maar imponerende tocht. Na enige uren wordt het landschap geleidelijk aan wat groener, we rijden inmiddels door Lahaul.

Op een gegeven moment komen we bij een splitsing, rechts de afslag naar Keylong en verder richting Ladakh, maar wij gaan links, omhoog de Rohtangpas op, nog een keer door dikke pakken sneeuw rijden richting de 4000 meter. Eenmaal boven kijken we onze ogen uit. Wat een verschil met de serene Kunzum la. Honderden Indiërs staan hier, ingepakt in roze sneeuwpakken of nepbontjassen, te skiën, sleeën, of gewoon te dollen in de sneeuw. Het is een komisch gezicht om deze kermis gade te slaan, het is dan ook de topattractie voor vakantievierende Indiërs in Manali. Het lachen vergaat ons echter als we naar beneden rijden, want al die honderden Indiërs zijn dat ook van plan. En ze rijden op de slechte, smalle, modderige weg met z’n duizelingwekkende afgrond net zo of ze door de straten van Bombay rijden, toeteren, inhalen, drie rijen dik, daar waar maar een auto kan staan en dat met allemaal kleine koekblikken die helemaal niet geschikt zijn voor deze bergpassen en natuurlijk staat alles binnen no time vast en staan we twee uur in de file op de Rohtangpas. Later begrijpen we dat dit elke dag gebeurt en dat de verkeerspolitie bij voorkeur de andere kant opkijkt.
Maar na 12 uur rijden komen we dan eindelijk Manali in, ooit een relaxt hippie-oord, nu India’s belangrijkste vakantiebestemming voor de binnenlands toerisme. En dat is te zien, een eindeloze hoeveelheid hotels, winkelsen activiteiten waar de Indiërs van houden (raften, bungee jumpen, per touw over de rivier trekken etc.). Wat een verschil met het Manali waar ik de eerste keer 16 jaar geleden was.
Gelukkig zitten we in een relaxt guesthouse in Oud-Manali, tussen prachtige houten Kullu huizen, tempeltjes, akkertjes, boomgaarden.
We eten met onze lokale agent en het wordt een lange, gezellige avond.

Dag 8 Manali – Rewalsar
Het voordeel van Manali is dat je er prima kunt winkelen en dat doen we ’s ochtends dan ook. Rond het middaguur vertrekken we weer voor een tocht door de groene Kullu vallei. Eerste stop is de tempel van Jagatsukh, een mooie Shiva tempel, in lokale Kullu stijl gebouwd. Een half uurtje verder zijn we bij het paleis van Nagar, het oude verblijf van de raja’s van Kullu en nu een sfeervol hotel / restaurant met een prachtig uitzicht over de vallei.
Na een kleine lunch rijden we verder voor enige uren, totdat we begin van de avond bij het heilige meer van Rewalsar uitkomen.

Dag 9 Rewalsar – Delhi via Chandigarh
’s Ochtends bezoeken we de vele tempels en kloosters rond het meer. M.n voor Tibetanen is dit een heilig meer, hiervandaan vertrok Padmasambahva (Guru Rinpoche) naar Tibet om daar het boeddhisme te vestigen. Er wonen veel Tibetanen in het kleine dorpje.
Het meer is klein, een stuk kleiner dan verwacht, je loopt er in 20 minuten omheen, maar er zijn vele tempels te bezoeken. Hoog op de heuvel wordt een gigantisch beeld van Padmasambahva gebouwd.
En dan is het tijd om terug te reizen, in een uur of vijf rijden we door de uitlopers van de Himalaya naar de smoorhete vlakte van de Punjab om in Chandigarh het vliegtuig naar Delhi te pakken, waarvandaan we rond middernacht naar huis vertrekken.

Dag 10 Delhi – Amsterdam
Tevreden kunnen we in het vliegtuig terugkijken op een geslaagde reis. We hebben een prachtige tocht gemaakt door onbekende gebieden, misschien wel een van de mooiste tochten door de hele Himalaya, met een veelzijdige afwisseling en een prachtige opbouw in cultuur en landschap. Een ware aanrader voor de echte reisliefhebber.

Ontvang onze nieuwsbrief!

Uw e-mail adres:

Cookies en privacy

De website van Dimsum Reizen maakt gebruik van cookies. Deze cookies onderscheiden we in de categorieën functionele, analytische, advertentie en Social Media Cookies.

Cookiebeleid Dimsum Reizen
Privacy policy